Organiseer je een paasvuur in Twente? Dit moet je weten
In Twente worden ieder jaar veel paasvuren georganiseerd. Een mooie traditie, maar ook een verantwoordelijkheid. Als organisator ben jij verantwoordelijk voor een veilig verloop van het paasvuur en het naleven van de voorwaarden die gelden. Hieronder lees je waar je rekening mee moet houden.
Veiligheid en risico’s
Een paasvuur brengt risico’s met zich mee. Het vuur kan zich ongewenst uitbreiden en leiden tot een natuurbrand of schade aan gebouwen in de omgeving. Ook kunnen bezoekers of vrijwilligers gewond raken door vuur, hitte of rook.
Bij langere periodes van droogte neemt het risico op natuurbrand toe en kunnen aanvullende maatregelen nodig zijn, of kan het paasvuur niet doorgaan.
Rolverdeling: wie doet wat?
- De gemeente is het bevoegd gezag. De gemeente beslist of jouw paasvuur kan doorgaan en onder welke voorwaarden.
- Brandweer Twente adviseert de gemeente bij paasvuren in combinatie met een evenement (bijvoorbeeld met een tent, muziek of veel bezoekers).
- Jij als organisator bent verantwoordelijk voor de uitvoering, veiligheid en het naleven van alle voorwaarden.
Heb je vragen over het doorgaan van het paasvuur, bijvoorbeeld bij droogte of verhoogd natuurbrandrisico? Neem altijd contact op met je gemeente.
Verhoogd natuurbrandrisico (fase 2)
Bij aanhoudende droogte kan fase 2 (verhoogd natuurbrandrisico) worden afgekondigd. Wat dit betekent voor jouw paasvuur hangt af van de situatie:
- Heeft Brandweer Twente geadviseerd bij jouw paasvuur? Dan kan het paasvuur in sommige gevallen doorgaan met aanvullende maatregelen, tenzij de gemeente anders besluit.
- Is er geen advies van de brandweer? Dan geldt het gemeentelijk beleid en de voorwaarden van de stookontheffing. In veel gemeenten betekent fase 2 dat het paasvuur niet mag worden ontstoken, tenzij de gemeente anders besluit.
De gemeente bepaalt uiteindelijk of het paasvuur doorgaat.
Praktische aandachtspunten voor organisatoren
Zorg dat je deze zaken goed regelt:
Rook en wind
- Houd rekening met de windrichting.
- Richt het terrein zo in dat bezoekers niet in de rook hoeven te staan en kunnen uitwijken.
Brand ontdekken en ingrijpen
- Wijs personen aan die de omgeving in de gaten houden.
- Maak afspraken wat te doen bij een beginnende brand: zelf blussen of direct 112 bellen.
- Zorg dat iedereen weet welke locatie aan de meldkamer moet worden doorgegeven.
Alarmeren en hulpdiensten
- Spreek af wie de hulpdiensten belt en wie hen opvangt.
- Houd toegangswegen vrij en goed bereikbaar.
Windkracht
- Steek het paasvuur niet aan bij windkracht 5 of hoger.
- Houd rekening met rondvliegende vonken.
Droogte en natuurbrandrisico
- Check vooraf of er sprake is van fase 2. Kijk hiervoor op www.natuurbrandrisico.nl
- Check bij de gemeente of het paasvuur wel/niet mag worden ontstoken.